Eerste Hulp Bij Storingen aan uw CV installatie
Met onderstaande storingswijzer kunt u eerst zelf een aantal controles doen alvorens u ons belt. Heeft u een ketel met een storingsdisplay, volg dan de aanwijzingen op zoals deze in de gebruikershandleiding van het toestel staan.
Voor overige toestellen controleert u eerst de onderstaande negen punten:
1. Brandt de waakvlam?
2. Is de waterdruk hoog genoeg?
3. Is er spanning, 220/230 Volt?
4. Staat de kamerthermostaat “vragend”?
5. Staat de ketelthermostaat hoog genoeg?
6. Staan er voldoende radiatorkranen open?
7. Staat er een warmwaterkraan open?
8. Slecht of wisselend warm water?
9. Tenslotte: herstarten of stekker opnieuw in stopcontact
1. Brandt de waakvlam? (niet van toepassing voor toestellen met elektronische ontsteking).
Controleer of de waakvlam brandt. Mocht de waakvlam uit zijn, controleert u dan eerst of de gaskraan openstaat: het komt soms voor dat een huisgenoot de kraan heeft dichtgedraaid zonder dat u het weet.
Staat de gaskraan open, probeert u dan eerst volgens de gebruiksaanwijzing de waakvlam opnieuw aan te steken.
Afhankelijk van het soort toestel kunt u dit doen door de gasknop in te drukken (meestal een witte of grijze knop met een punt erop) óf door de aansteekknop ingedrukt te houden enmet een lucifer de waakvlam aan te steken. Als de waakvlam brandt, houdt u de aansteekknop nog circa 30 seconden ingedrukt. Daarna laat u de knop langzaam los of u zet de gasknop op het gasblok in de "brand-stand" (op deze knop staat meestal een vlam afgebeeld).Blijft de waakvlam branden dan zal de cv-ketel weer aanslaan of heeft u warm water als u een warmwaterkraan opendraait.
Blijft de waakvlam steeds uitgaan, dan moet u dit als storing doorgeven.
2. Is de waterdruk hoog genoeg?
De manometer (de meter die de waterdruk meet) wijst normaal een stand aan tussen 1 en 2 (zwarte wijzer).
Door ontluchten, en mogelijk kleine lekkages, kan het voorkomen dat de waterdruk in de cv-installatie te laag is geworden, waardoor de installatie automatisch afslaat. Staat de wijzer lager of dicht bij de 1 dan dient de cv-installatie te worden bijgevuld.
Bijvullen doet u als volgt:
- Monteer een passende vulslang (met slangklemmen) aan de waterkraan.
- Vul de slang eerst met water door de waterkraan even te openen, alvorens de slang aan de installatie te schroeven.
- Als de slang vol is, schroef dan het andere uiteinde van de vulslang aan de vulkraan van de cv-installatie.
- Open de vulkraan.
- Open de waterkraan en breng daardoor de cv-installatie LANGZAAM op druk. De manometer op de ketel staat nu op 1,8 (zwarte wijzer).
- Sluit nu eerst de waterkraan en vervolgens de vulkraan.
- Start de ketel en de pomp en laat deze gedurende ongeveer 5 minuten aan staan.
- Schakel daarna weer uit en ontlucht het systeem opnieuw via de ontluchtingspunten op de hoogste punten van de installatie (vaak op de bovenste verdieping).
- Vul nogmaals bij als de druk gedaald is tot dicht bij 1.
- Koppel na het vullen de vulslang los en berg deze op in de buurt van de cv-ketel!
Betreft het een nieuwe installatie?
Een nieuw opgeleverde installatie zal in het begin, afhankelijk van de uitvoering, enkele malen moeten worden bijgevuld. Twijfelt u, neem dan met ons contact op.
3. Is er spanning: 220/230 Volt?
Controleer of er spanning staat op de wandcontactdoos waarin u de stekker van uw installatie heeft gestoken. U kunt dit testen door de stekker van een lamp in de wandcontactdoos te steken.
Is er geen spanning controleer dan eerst of er een zekering kapot is of dat de betreffende elektra-groep weer ingeschakeld moet worden.
4. Staat de kamerthermostaat “vragend”?
Voorbeeld:
De kamertemperatuur is 20 graden Celsius, terwijl de kamerthermostaat 18 graden Celsius aanwijst. De ketel slaat pas weer aan als de kamertemperatuur daalt tot 18 graden Celsius of lager. Met andere woorden: de kamerthermostaat bepaalt of de ketel wel of niet brandt.
5. Staat de ketelthermostaat hoog genoeg?
Op het cv-toestel is een ketelthermostaat gemonteerd (ronde knop met een schaalverdeling in graden Celsius) die bij voorkeur is afgesteld op 85 graden Celsius. Vaak wordt in het voorjaar/zomer de ketelthermostaat teruggedraaid en vergeten in het najaar weer hoger te zetten. Resultaat: de ketel brandt wel, maar niet lang genoeg om de radiatoren te verwarmen.
6. Staan er voldoende radiatorkranen open?
Als een cv-toestel in bedrijf is en er zijn geen of slechts enkele radiatoren open, dan kan de ketel de geproduceerde warmte niet of nauwelijks kwijt waardoor de ketel stopt met branden. Zorgt u er daarom voor dat er voldoende radiatorkranen (minimaal 2/3 van de aanwezige radiatoren) open staan.
TIP: Laat de radiatoren in de woonkamer altijd open staan. Hier hangt namelijk de thermostaat waarmee u de temperatuur regelt.
7. Staat er een warmwaterkraan open? (bij combitoestellen)
Als u geen verwarming heeft, maar wel warm water, moet u controleren of er niet ergens een warmwaterkraan druppelt. Een combitoestel geeft altijd voorrang aan warmwater en zal dus bij een druppelende warmwaterkraan niet voor de verwarming branden.
8. Slecht of wisselend warm water?
Zowel geisers als combi-ketels zijn gevoelig voor verstopte douchekoppen en/of uitlopen door kalk of vuil uit de leidingen. Reinig eerst met azijn (liefst Antical) de douchekop of straalbreker van de uitloop. Een waterbesparende douchekop kan eveneens zorgen voor wisselende warmwatertemperaturen.Wisselend warmwater kan ook voorkomen als de warmwaterkraan slechts gedeeltelijk openstaat. Het beste resultaat krijgt u als u de warmwaterkraan geheel opent en bijmengt met koud water voor de gewenste temperatuur.
9. Tenslotte: herstarten of stekker opnieuw in stopcontact
Tenslotte kunt u bij weigering van het toestel de reset-, ontgrendel- of herstartknop (indien aanwezig) indrukken zodat de ketel opnieuw start. U kunt ook de stekker van de netspanning even uit de wandcontactdoos trekken en opnieuw insteken.
Heeft u de storing niet zelf kunnen verhelpen? Neem dan contact op met onze storingsdienst: 0348-552366
|